ROERMOND - De thans geldende CLP verordening wordt door de NVWA verkeerd toegepast.


Brancheorganisatie "Elektronische Sigaretten Bond Nederland" (kortweg: Esigbond) heeft kennis genomen van het nieuwsbericht dat de NVWA gisteren naar buiten heeft gebracht inzake onvolledige etiketten op navulverpakkingen voor elektronische sigaretten.


De door de NVWA opgelegde eisen met betrekking tot de etikettering van nicotinevloeistoffen zijn onjuist. Ze lijken het gevolg van een banale rekenfout, of tenminste verkeerd toegepaste wetgeving.
De NVWA baseert zich naar eigen zeggen nog op de -oude- Preparatenrichtlijn in plaats van de -nieuwe- CLP verordening.

 

De Esigbond heeft al eerder aan de NVWA meegedeeld dat zij op basis van de CLP verordening de nicotineconcentraties waarbij een gevaarsymbool moet worden geplaatst een factor 10 te laag heeft vastgesteld. In een overleg dat gisteren plaatsvond tussen de NVWA en de Esigbond heeft de NVWA aangegeven dat zij hebben geïnspecteerd op basis van de - oude - Preparatenrichtlijn.

"Indien de producent  c.q. importeur van de nicotinevloeistof bij een eventuele toekomstige (her)inspectie aangeeft de ­‐nieuwe-­ CLP verordening te volgen en daarbij de gebruikte methodiek voor bepaling van de nicotineconcentratie kan aantonen, dan kan de huidige etikettering met betrekking tot gevaarsymbolen inderdaad volstaan en is er dus geen sprake van een onvolledige etikettering op dit punt", aldus de projectleider van de NVWA.

 

Meer specifiek is bij vloeistoffen met een nicotineconcentratie lager dan 2,5% (25mg/ml) op basis van de CLP verordening géén chemisch gevaarsymbool noodzakelijk, laat staan een doodshoofd. Nicotinevloeistoffen met een concentratie van meer dan 2,5% worden onder de nieuwe tabakswet echter in het geheel niet meer toegestaan en worden om die reden nu al nauwelijks meer  verhandeld in Nederland. Dit heeft tot gevolg dat nicotinevloeistoffen in Nederland, net als in de  rest van Europa, in de toekomst ook niet van een chemisch gevarensymbool voorzien hoeven te worden. Vanzelfsprekend is bij het opstellen van de nieuwe tabaksrichtlijn door de EU de grens van 2,0% juist ingesteld om gevaar voor vergiftigingen zoveel mogelijk te beperken.

 

De Esigbond is zeer teleurgesteld in de gevolgde werkwijze van de NVWA bij dit onderzoeksproject, te meer daar zij al in een vroeg stadium haar kennis en expertise heeft aangeboden.

 

Zij roept de NVWA en andere overheidsinstanties dan ook op om niet zelf te blijven zoeken naar antwoorden inzake E-sigaretten, maar de hulp van de Esigbond in te schakelen. Dan kunnen fouten zoals bovenstaand zijn beschreven in de toekomst wellicht worden voorkomen en kan nu eens vaart gemaakt worden met de zo noodzakelijke en door de Esigbond gewenste regulering.